X

Dilemma in de jeugdzorg

Iedereen gunt zijn of haar kinderen het beste. We willen allemaal dat ze gezond en veilig kunnen opgroeien in een maatschappij waarin zij de kansen krijgen om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Dat vinden ouders, school, maar ook de gemeente en jeugdhulpprofessionals.

Maar de weg daar naar toe… is niet altijd eenvoudig. Soms staan zorgaanbieders én gemeenten lijnrecht tegenover elkaar.

Waarom word ik niet direct geholpen?
Zorgaanbieder

Door krapte op de arbeidsmarkt kunnen we niet alle hulp bieden. We hebben een structureel tekort aan personeel. Wachtlijsten zijn onvermijdelijk om te voorkomen dat de organisatie niet overbelast raakt.

Gemeente

Alle kinderen met een hulpvraag hebben recht op (jeugd)hulp. Krapte op de arbeidsmarkt kunnen we niet snel oplossen. We sturen risicogericht op de wachtlijsten en maken afspraken over de triagering en overbruggingszorg.

Welke afspraken kunnen we maken?

Geef de ruimte om te kunnen doen wat nodig is, maar doe niet meer of anders dan met elkaar is afgesproken. Dit geeft de aanbieder het comfort om te handelen binnen de professionaliteit en geeft de gemeente zekerheid als het gaat om de kosten.

Ga verder
Hoe deal je met deze tegengestelde belangen?
Zorgaanbieder

We moeten omzet draaien om jeugdhulp- organisaties te kunnen behouden. Laten we op safe spelen. We vragen meer of zwaardere hulp aan of dan is verwezen. Op basis van de werkelijk geleverde zorg zal dan blijken of dit ook nodig is geweest.

Gemeente

We moeten werken vanuit een bezuinigingsopgave. We stellen een limiet aan het budget op aanbieders- en/of cliëntniveau.

Welke afspraken kunnen we maken?

Wees transparant over de kosten. Beide partijen hebben baat bij eerlijke en transparante tarieven. Dit zorgt ervoor dat aanbieders hun werk goed kunnen doen en dat de gemeente ervan verzekerd is dat het budget wordt uitgegeven aan de juiste dingen. Uiteindelijk moeten de tarieven volgen op de inhoud en niet leidend zijn in de discussie welke jeugdhulp nodig is.

Ga verder
Wanneer weet ik of ik recht heb op jeugdhulp?
Zorgaanbieder

Er is uitgebreid onderzoek nodig om te bepalen welke hulp nodig is. We moeten eerst een goede diagnose kunnen stellen, zodat de behandeling passend is bij de vraag en het aanbod van de organisatie.

Gemeente

We vinden het belangrijk om vroegtijdig hulp in te zetten. Gaandeweg beoordelen we wat nodig is. Zet zo vroeg mogelijk lichte interventies in, gericht op normaliseren en gebruik van eigen kracht, om zo te voorkomen dat uiteindelijk zwaardere vormen van hulp nodig is.

Welke afspraken kunnen we maken?

Durf een gesprek op inhoud met elkaar te voeren over het doel van de behandeling en de kwaliteit en het resultaat van de dienstverlening. Jeugdhulp is een dynamisch proces. Door gezamenlijk op te trekken en het gesprek op inhoud te voeren wordt vermeden dat ouders en jeugdigen de speelbal worden van de financiën.

Ga verder
Waarom verschillen gemeente en aanbieder van inzicht wanneer de resultaten zijn behaald?
Zorgaanbieder

We blijven doorbehandelen tot dat we van mening zijn dat het traject kan worden beëindigd. Dit doen we in afstemming met de cliënt. Op basis van onze SKJ bevoegdheid / verantwoordelijkheid moeten we het onderste uit de kan halen.

Gemeente

Om te zorgen dat het traject niet eindeloos doorgaat, stellen we een maximale duur aan het traject. Meer behandeling wordt niet bekostigd zonder het resultaat te hebben afgerond of een nieuwe toewijzing. Een 6 is ook voldoende.

Welke afspraken kunnen we maken?

Ga op functionele wijze met elkaar in gesprek wanneer blijkt dat meer of andere zorg nodig is. Maak afspraken over wat er nodig is. Dit betekent dat gemeente en aanbieders in gesprek gaan over de kwaliteit, intensiteit en prioriteit van de jeugdhulp.

Ga verder
Hoe wordt er omgegaan met mijn privacy?
Zorgaanbieder

We leveren informatie aan de gemeente, maar wel op aanbiedersniveau. Gegevens die betrekking hebben op de behandeling zijn vertrouwelijk.

Gemeente

Om te kunnen bepalen of de jeugdhulp effectief is, moet het mogelijk zijn om op cliëntniveau de resultaten inzichtelijk te maken, uiteraard wel geanonimiseerd.

Welke afspraken kunnen we maken?

Zorg dat de administratie van beide kanten op orde is, waarin je goede afspraken maakt over het vastleggen van de doelmatigheid van jeugdhulp. Administratie gaat over meer zaken dan privacy, maar privacy wordt vaak als een onterecht excuus gebruikt terwijl er mogelijkheden zijn om de benodigde gegevens wel bij te houden. De rode draad is dat de administratie ondersteunend moet zijn aan de samenwerking. Focus hierop en de samenwerking zal soepel verlopen. Alle andere administratie kun je schrappen.

Ga verder

Neem contact op

Constateer en stel met elkaar vast dat er verschillende belangen zijn. Voer het gesprek met als doel het algemene belang zo goed als mogelijk na te streven. Zijn er afspraken gemaakt? Zorg er dan voor dat die worden nagekomen, zodat je met elkaar het algemene belang nastreeft. Dit maakt de overheid geloofwaardig en de aanbieder betrouwbaar. Hoe deal jij met deze belangen? Laat het ons weten!

Neem contact met ons op

Neem contact op

Jane Ramrekha, janeramrekha@ncod.nl

Joris Bakker, jorisbakker@ncod.nl

Sluiten
Vorige Stap Volgende Stap

Wachten op een nieuwe inburgeringswet is nergens voor nodig!

De huidige Wet inburgering is ingewikkeld, niet effectief en doet een te groot beroep op de zelfredzaamheid van de inburgeraars. Daarom is besloten om het inburgeringsstelsel anders vorm te geven. De nieuwe Wet Inburgering gaat in op 1 januari 2022. Onderdelen zijn onder andere directe begeleiding, een gemeentelijke regierol en financiële ontzorging. Gemeenten worden opgeroepen om alvast te starten met het vergroten van hun regierol en de huidige inburgeraars extra te gaan begeleiden. Wachten is namelijk niet nodig en vergroot de problemen tot het moment dat de inburgering gemeentelijke verantwoordelijkheid wordt. Maar wat kun je als gemeente nu al doen?

Meer informatie over het nieuwe inburgeringsstelsel

De periode in het azc

Om een passend inburgeringsaanbod te kunnen doen, moeten gemeenten een goed beeld hebben van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de statushouder. In het nieuwe stelsel begint de reguliere inburgering dan ook voor alle statushouders met de verplichte brede intake. De brede intake vormt het startpunt voor het Plan Inburgering en Participatie (PIP). Statushouders worden zoveel mogelijk geplaatst in opvangcentra in de buurt van de vestigingsgemeente.

Wat kun je nu al doen?

De statushouder al in het AZC informeren over het proces

Zodra bekend is dat een statushouder zich gaat vestigen in de gemeente, kun je als gemeente al starten met de brede intake en de kennismaking. Daarnaast kun je afspraken maken over deelname aan de inburgeringslessen op het AZC en uitleg geven over de vervolgstappen binnen jouw gemeente. Hierdoor voorkom je bijvoorbeeld dat de statushouder een keuze voor een opleidingsinstituut of inburgeringstraject gaat maken die niet aansluit bij zijn kansen en mogelijkheden.

Volgende optie

Contact leggen met de begeleider binnen het AZC

Hierdoor kan alvast een beeld worden gevormd van de activiteiten die de statushouder al heeft ondernomen. Dubbele handelingen in het verzamelen van informatie en in beeld brengen van de situatie worden hierdoor zoveel als mogelijk voorkomen. Dit zorgt ervoor dat een statushouder zijn verhaal bij binnenkomst in de gemeente niet helemaal opnieuw hoeft te doen.

Vorige optie Sluiten

Plan inburgering en participatie (PIP)

Op basis van de brede intake stelt de gemeente samen met de statushouder een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Het is een vertaling van de uitkomsten van de brede intake naar persoonlijke einddoelen voor de inburgering, de re-integratie en de maatschappelijke begeleiding.

Wat kun je nu al doen?

Informeer de statushouder zo snel mogelijk na vestiging over de stappen om te komen tot een gecombineerd (duaal) traject

De statushouder weet dan dat de gemeente samen met hem een traject op gaat stellen en hij zelf nog geen actie hoeft te ondernemen. Dit voorkomt dat de statushouder zich gaat aanmelden bij een inburgeringsaanbieder die niet aansluit bij zijn kansen en mogelijkheden.

Volgende optie

Breng zo snel mogelijk na vestiging in de gemeente samen met de statushouder zijn kansen en mogelijkheden in beeld

Breng de situatie van de statushouder in beeld aan de hand van de 13 leefgebieden. Besteed extra aandacht aan het in kaart brengen van het taalniveau en de leerbaarheid, om zo realistische doelen te kunnen stellen. Besteed daarnaast extra aandacht aan persoonlijke omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het traject. Zo kan bezorgdheid om de achtergebleven gezinsleden en het proces rondom gezinshereniging veel tijd en energie kosten. Maar ook kleine praktische zaken zoals het naar school brengen van de kinderen kan al tot stagnaties leiden.

Vorige optie Volgende optie

Opstellen Plan Inburgering en Participatie

Stel samen met de inburgeraar één integraal plan op waarbinnen inburgering, re-integratie en maatschappelijke begeleiding worden samengevoegd en omgezet naar haalbare doelen op de korte termijn (bijvoorbeeld zes maanden). Baseer de doelen op bevindingen uit de taaltoets in combinatie met een leerbaarheidstoets zodat doelen ook toetsbaar en reëel zijn. Maak duidelijke afspraken over de deadline, randvoorwaarden zoals kinderopvang, de wijze waarop de voortgang wordt bewaakt en wat de gemeente en de inburgeraar van elkaar kunnen verwachten.

Vorige optie Volgende optie

Borg je aanpak op basis van de Wet Taaleis(Artikel 18b van de Participatiewet)

Aan de hand van de taaltoets en leerbaarheidstoets kunnen concrete doelen worden gesteld voor het verwerven van vaardigheden in de Nederlandse Taal. Vervolgens kun je als gemeente de statushouder adviseren over de best passende inburgeringsaanbieder afspraken maken over ondersteunende re-integratieinstrumenten.

Vorige optie Sluiten

Onderwijsroute

De onderwijsroute is een voorschakeltraject gericht op het zo snel mogelijk beheersen van de Nederlandse taal op taalniveau B1 of hoger en de instroom in het regulier beroepsonderwijs (mbo of hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo). Deze leerroute is met name bedoeld voor jonge statushouders met een hoge leerbaarheid die gemotiveerd zijn om een rijksbekostigde vervolgopleiding te volgen.

Wat kun je nu al doen?

De onderwijsroute kan nu ook al gevolgd worden

Landelijk zijn er diverse pilots gedaan met voorschakeltrajecten. De resultaten die hiermee gehaald worden wisselen erg. Probeer zoveel mogelijk gebruik te maken van Rijksbekostigde opleidingen.

Volgende optie

Bied begeleiding, ook als de uitkering al beëindigd is

Zorg voor faciliteiten en praktische ondersteuning als er in het traject iets wijzigt. Bijvoorbeeld op het moment dat de overstap gemaakt moet worden van dagonderwijs naar avondonderwijs, of als werk gecombineerd moet worden met inburgering. Stop de begeleiding niet op het moment dat de uitkering eindigt, maar geef de statushouder tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.

Vorige optie Sluiten

Reguliere route

De reguliere route is gericht op het beheersen van het Nederlands als tweede taal (NT2) op taalniveau B1. Begeleiding van taalmaatjes kan onderdeel uitmaken van de reguliere route.

Wat kun je nu al doen?

Werk boven inburgering

Werken binnen een Nederlands sprekende werkomgeving draagt bij aan een snellere beheersing van de Nederlandse taal. Daarnaast biedt werken meer inkomen waardoor participeren ook financieel beter mogelijk wordt. Maak afspraken met inburgeringsaanbieders over flexibilisering van het onderwijsaanbod of regel zelf taalbegeleiding op de werkplek. Houd rekening met de maximale belastbaarheid en beperkende factoren in de persoonlijke omgeving.

Volgende optie

Zorg voor een flexibel onderwijsaanbod

Breng onderwijsaanbod in beeld en maak samenwerkingsafspraken met onderwijsinstellingen, waardoor overstappen van bijvoorbeeld dag- naar avondonderwijs makkelijker wordt. Verwijs statushouders door naar de best passende vorm van onderwijs.

Vorige optie Volgende optie

Borg je aanpak op basis van de Wet Taaleis (Artikel 18b van de Participatiewet)

Aan de hand van de taaltoets en leerbaarheidstoets kunnen concrete doelen worden gesteld voor het verwerven van vaardigheden in de Nederlandse Taal. Vervolgens kun je als gemeente de statushouder adviseren over de best passende inburgeringsaanbieder afspraken maken over ondersteunende re-integratieinstrumenten.

Vorige optie Volgende optie

Bied begeleiding, ook als de uitkering al beëindigd is

Zorg voor faciliteiten en praktische ondersteuning als er in het traject iets wijzigt. Bijvoorbeeld op het moment dat de overstap gemaakt moet worden van dagonderwijs naar avondonderwijs, of als werk gecombineerd moet worden met inburgering. Stop de begeleiding niet op het moment dat de uitkering eindigt, maar geef de statushouder tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.

Vorige optie Sluiten

Zelfredzaamheidsroute

De zelfredzaamheidsroute (Z-route) bestaat uit een traject gericht op op het beheersen van de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk taalniveau (streefniveau A1), zodat inburgeringsplichtigen uiteindelijk zelfstandig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving.

Wat kun je nu al doen?

Voor sommigen is participatie het hoogst haalbare

Indien op basis van de uitkomst van de leerbaarheidstoets duidelijk wordt dat de belanghebbende naar verwachting niet tijdig het inburgeringsexamen zal behalen en mogelijk vrijgesteld zal worden, kan een traject worden ingezet gericht op participatie. Samen met de statushouder kan gekeken worden naar de wijze waarop hij maximaal kan participeren.

Volgende optie

Borg je aanpak op basis van de Wet Taaleis (Artikel 18b van de Participatiewet)

Aan de hand van de taaltoets en leerbaarheidstoets kunnen concrete doelen worden gesteld voor het verwerven van vaardigheden in de Nederlandse Taal. Vervolgens kun je als gemeente de statushouder adviseren over de best passende inburgeringsaanbieder afspraken maken over ondersteunende re-integratieinstrumenten.

Vorige optie Volgende optie

Bied begeleiding, ook als de uitkering al beëindigd is

Zorg voor faciliteiten en praktische ondersteuning als er in het traject iets wijzigt. Bijvoorbeeld op het moment dat de overstap gemaakt moet worden van dagonderwijs naar avondonderwijs, of als werk gecombineerd moet worden met inburgering. Stop de begeleiding niet op het moment dat de uitkering eindigt, maar geef de statushouder tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.

Vorige optie Sluiten

Financieen ontzorgen

Gemeenten zijn verplicht om bijstandsgerechtigde statushouders gedurende de eerste zes maanden van de inburgering financieel te ontzorgen. Zo kunnen mensen zich de eerste zes maanden volledig richten op hun inburgering en participatie in de samenleving. Het financieel ontzorgen draagt bij aan het versterken van hun zelfredzaamheid en participatie.

Wat kun je nu al doen?

Financieel ontzorgen kan ook nu al

Financieel ontzorgen kan op vrijwillige basis als een vorm van ondersteuning aan de statushouder worden aangeboden. Daarnaast biedt artikel 57 van de Participatiewet de mogelijkheid om, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, aan de bijstand de verplichting te verbinden dat de belanghebbende eraan meewerkt dat het college in naam van de belanghebbende noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand verricht of de bijstand in natura verstrekt.

Volgende optie

Financieel ontzorgen vraagt begeleiding naar financiële zelfredzaamheid

De mate en duur van de “ontzorgperiode” dient afgestemd te worden op de financiële zelfredzaamheid en leerbaarheid van belanghebbende. Gedurende de periode van ontzorgen dient belanghebbende begeleid te worden zodat hij zo snel mogelijk in staat is om zelf zijn financiën te managen.

Vorige optie Sluiten

Regievoering

Gemeenten moeten zorgen voor op maat gemaakte inburgeringstrajecten die gebaseerd zijn op de uitkomsten van de brede intake. Dit kan op verschillende manieren worden vormgegeven: Inbesteden, aanbesteden of open-house. Bij deze laatste stelt de gemeente randvoorwaarden waaraan aanbieders moeten voldoen. De belanghebbende maakt hierbij de keuze voor een aanbieder die voldoet aan de gestelde eisen.

Wat kun je nu al doen?

Aanpak ontwikkelen in co-creatie

Bepaal als gemeente een stip op de horizon en de daarbij horende kaders. Ontwikkel samen met de statushouder en maatschappelijke organisaties als Taalmaatjes, Vluchtelingenwerk en onderwijsinstellingen een aanpak. Draagvlak bij maatschappelijke organisaties is belangrijk omdat zij in eerste instantie het baken zijn waar de statushouder op terugvalt. Maak daarom duidelijke afspraken en zorg voor heldere communicatie met deze organisaties.

Volgende optie

Actief regievoeren op de klant

Zodra bekend is dat een statushouder gekoppeld is aan de gemeente, kennismaken met de statushouder (start brede intake) en informatie toesturen over het proces na vestiging. Zo snel mogelijk na vestiging in de gemeente de belastbaarheid in beeld brengen (o.a. taalniveau, leerbaarheid, competenties en persoonlijke situatie). Aan de hand van de belastbaarheid samen een trajectplan opstellen en de voortgang monitoren.

Vorige optie Volgende optie

Actief regievoeren op inburgeringsonderwijs en maatschappelijk netwerk

Onderwijsaanbod in kaart brengen (soorten taalonderwijs, flexibiliteit in groepsgrootte, bereidheid om samen te werken, mogelijkheden voor avond- en weekendonderwijs). Misstanden en onregelmatigheden bij opleidingsinstanties melden bij Blik op Werk. Samenwerkingspartners zoeken die goed onderwijs bieden en bij willen dragen aan de gemeentelijke visie. Inburgeraars wijzen op de mogelijkheden bij deze samenwerkingspartners.

Vorige optie Volgende optie

Financiering van vroegtijdige extra inspanning door gemeenten

Het kabinet stelt, in aanloop naar de ingangsdatum van de nieuwe wet, budget beschikbaar aan gemeenten voor de ondersteuning en begeleiding van inburgeraars. De middelen aan gemeenten worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. Daarnaast heeft het kabinet middelen beschikbaar gesteld voor ondersteuning van gemeenten door regiocoördinatoren van Divosa. Zij zullen gemeenten op een zo goed mogelijke manier ondersteunen en faciliteren in aanloop naar de implementatie van de nieuwe Wet inburgering.

Vorige optie Sluiten

Afsluiting

Kunnen we iets voor u betekenen?
Neem contact op met Roland Smorenberg (rolandsmorenberg@ncod.nl)
of Anne van de Langemheen (annevandelangemheen@ncod.nl)

Meer lezen?
Vorige Stap Volgende Stap

Van beschermd naar begeleid wonen

Gemeenten staan voor de opgave om hulp meer bij mensen thuis aan te bieden. Want vrijwel iedereen heeft de wens om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Dit geldt voor jong en oud, maar is niet voor iedereen altijd even makkelijk. Voor hen die dat nodig hebben zijn er daarom verschillende vormen van zorg en ondersteuning beschikbaar.

Woonvoorzieningen

Soms zijn aanpassingen aan de woning mogelijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om een traplift. Onder andere ouderen en mensen met een beperking maken hier gebruik van.

Begeleid wonen

De cliënt heeft beschikking over een eigen woonruimte die niet in het beheer is van een zorginstelling en krijgt ondersteuning op verschillende levensgebieden. Onder andere mensen met psychische en psychosociale problemen maken gebruik van begeleid wonen.

Beschermd wonen

Wanneer begeleid wonen onvoldoende ondersteuning kan bieden, is beschermd wonen een mogelijkheid. Ook bij deze vorm van begeleiding heeft de cliënt de beschikking over een eigen woonruimte. De begeleiding is gericht op verschillende levensgebieden en kan gericht zijn op het overnemen van taken of het houden van toezicht.

Van beschermd naar begeleid wonen

In de afgelopen jaren is er een beweging van beschermd naar begeleid wonen in gang gezet. Gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties hebben een belangrijke rol in het realiseren van deze soms lastige opgave.

De betrokkenen

Bij het realiseren van de beweging van beschermd naar begeleid wonen zijn veel partijen betrokken.

Bekijk betrokken partijen

Inwoners met een zorgvraag

Inwoners met een zorgvraag willen meestal zo normaal mogelijk wonen, het liefst midden in de maatschappij.

Volgende betrokkene

Wijkbewoners

Wijkbewoners willen wonen in een veilige wijk waarin zij geen overlast ervaren van buren met psychosociale of psychiatrische problematiek.

Vorige betrokkene Volgende betrokkene

Zorgaanbieders

Zorgaanbieders hebben als taak om cliënten de juiste zorg te bieden en hebben daarnaast het belang om hun eigen voortbestaan te garanderen.

Vorige betrokkene Volgende betrokkene

Woningcorporaties

Woningcorporaties zijn aan zet om cliënten die uitstromen een passende woning aan te bieden, maar dit is in praktijk lang niet altijd mogelijk vanwege een tekort aan passende woningen.

Vorige betrokkene Volgende betrokkene

Veiligheidspartners

Veiligheidspartners spelen een rol bij het oplossen van veiligheidsvraagstukken rondom begeleid wonen.

Vorige betrokkene Volgende betrokkene

Gemeenten

Gemeenten zijn verplicht om beschermd wonen voor inwoners te organiseren. In dit kader hebben zij verschillende taken, waaronder het beheren van financiële middelen, inkoop van beschermd wonen en samenwerken met alle betrokken partijen. Vanuit onze opdrachten zien wij dat gemeenten verschillende keuzes maken die van invloed zijn op het langer thuis kunnen wonen van hun inwoners.

Vorige betrokkene Sluiten

Wat is er nodig om de omslag van beschermd
naar begeleid wonen te maken?

  • Perspectief voor inwoners op het vergroten van de zelfstandigheid
  • Samenwerking tussen de verschillende disciplines binnen gemeenten
  • Intensievere regionale samenwerking tussen gemeenten
  • Afspraken over financiële samenwerking in de regio
  • Zorgaanbieders met een visie op het gebruik van het vastgoed in samenwerking met de woningbouwcorporaties
  • Inventariseren welke samenwerking met particuliere verhuurders er mogelijk is
  • Een visie op de woonvormen die lokaal nodig zijn
  • Voldoende alternatieve woonvormen, zo worden wachtlijsten voorkomen
  • Een concrete invulling van het woonplaatsbeginsel
  • Ontwikkelen van kleinschalig wonen in de wijk (inclusieve wijken)

Beschermd wonen blijft altijd noodzakelijk

Toch kun je als gemeente veel betekenen in de omslag van beschermd wonen naar begeleid wonen. Hoe ga je hiermee aan de slag? Ga samen met alle betrokken partijen in de regio in gesprek over wat nodig is om inwoners met een zorgvraag zo zelfstandig mogelijk te laten wonen. Hierbij is het cruciaal om de afdeling ‘wonen’ binnen de gemeente te betrekken. NCOD kan hierbij helpen door vanuit het Sociaal Domein de brug te slaan naar het fysieke domein. Kunnen we iets voor u betekenen? Neem contact met ons op!

Contactgegevens

Neem contact op

Manon Bockting, manonbockting@ncod.nl
Bianca van Jaarsveld, biancavanjaarsveld@ncod.nl

Sluiten
Vorige Stap Volgende Stap

Andere manier van werken
onder de omgevingswet

De Omgevingswet stelt gemeenten en andere overheidsorganisaties voor meerdere uitdagingen. Eén van de vier doelen van de Omgevingswet is het sneller en meer integraal nemen van besluiten over activiteiten in de fysieke leefomgeving. In plaats van 26 weken, moeten de meeste vergunningsaanvragen binnen 8 weken zijn behandeld. Dat vraagt om een betere samenwerking, efficiëntere werkprocessen en snellere afstemming. Voor initiatiefnemers betekent dit minder lang wachten en meer duidelijkheid. De VNG heeft een aantal serviceformules ontwikkeld die bijdragen aan het verbeteren van de dienstverlening. Hoe ga je hier als gemeente mee aan de slag?

Denk vanuit de initiatiefnemer

De eerste stap bij het implementeren van de serviceformules is om te denken vanuit de initiatiefnemer.

Lees meer

Denk vanuit de initiatiefnemer

Om goede dienstverlening te ontwikkelen, is denken vanuit de initiatiefnemer een belangrijke voorwaarde. Welke dienstverlening verwacht hij? Hoe zorgen wij dat de informatie beschikbaar is? Waar kan hij terecht met vragen? Welke stappen zijn al gezet voordat hij zich meldt bij de gemeente? Hoe krijgt hij inzicht in het proces? Verplaats je in de initiatiefnemer en breng in kaart wat er nog beter kan.

Sluiten

Initiatiefnemer heeft een idee

De initiatiefnemer wil zijn idee graag zo snel als mogelijk realiseren. Hij dient zijn idee daarom in via één digitaal platform, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Door het volgen van de vragen uit de toepasbare regels op het DSO begrijpt de klant wat hij moet indienen om een snel antwoord te kunnen krijgen.

Eenvoudige aanvraag

De meeste vergunningsaanvragen zijn eenvoudige aanvragen, zoals een dakkapel of erfafscheiding. De VNG schat dit op 70%. Inwoners ervaren dit aanvraagproces vaak als lastig te volgen, en ontvangen een grote hoeveelheid nieuwe informatie. Dat kan beter! Eén van de manieren om dit aan te pakken is de snelserviceformule. De snelserviceformule richt zich het eenvoudig en snel behandelen van simpele aanvragen. Eenvoudige aanvragen kunnen in de toekomst grotendeels vergunningsvrij worden, of de vergunning wordt binnen 5 werkdagen toegekend. Om dit te bereiken werkt de gemeente in samenwerking met adviseurs, ketenpartners, en inwoners aan simpelere, en minder, regels.

Hoe ga je hiermee aan de slag?

Hoe ga je hiermee aan de slag?

Breng als gemeente de werkprocessen in kaart. Via de snelserviceformule ontwikkel je normen voor de soepele afhandeling van eenvoudige aanvragen. Door te oefenen met nieuwe werkprocessen, en werkafspraken in samenspraak op te stellen, zorg je ervoor dat processen geborgd worden in de organisatie. Werk hierbij vanuit een gerichte ambitie, maar heb oog voor een geleidelijke en gedragen transitie.

Sluiten

Complexe aanvraag

Voor complexere initiatieven is er de ontwerpformule. Gemeente, initiatiefnemer, belanghebbenden, adviseurs en ketenpartners gaan samen in gesprek. De uitkomst is een integraal advies waarmee de initiatiefnemer aan de slag kan en de vergunningsaanvraag in kan dienen. De vergunningsaanvraag wordt binnen 8 weken afgehandeld. Door complexe aanvragen sneller te beoordelen, stimuleer je als gemeente initiatiefnemers om hun ideeën al vroegtijdig te delen. De Omgevingswet vraagt daarbij om een andere werkwijze en een andere houding. In plaats van een ‘nee, tenzij’ benadering, wordt van de gemeente een ‘ja, mits’ houding gevraagd.

De intaketafel

De aanvraag wordt in eerste instantie besproken aan de intaketafel. Daar wordt gekeken of het initiatief haalbaar is, en hoe en door wie het initiatief gerealiseerd kan worden. Daarna vindt een persoonlijk gesprek plaats tussen de casemanager van de gemeente en de initiatiefnemer. Dit gesprek vindt zowel plaats bij een positief als bij een negatief advies. Alle initiatieven die als wenselijk worden beschouwd, worden tenslotte aan de Omgevingstafel besproken en beoordeeld.

De omgevingstafel

Alle betrokkenen – initiatiefnemer, gemeente, betrokken ketenpartners, adviseurs en belanghebbenden – zitten daarbij vanuit hun eigen expertise tegelijkertijd aan tafel om te bespreken wat nodig is om het initiatief mogelijk te maken. Het eindresultaat van het proces aan de Omgevingstafel is een conceptvergunning waarin de maatregelen en voorschriften zijn opgenomen waarover afstemming is geweest. Zo weet de initiatiefnemer aan het eind van deze fase wat hij moet doen om een vergunning te krijgen.

Indienen aanvraag

Nadat de initiatiefnemer door middel van het vooroverleg weet hoe hij kan voldoen aan de voorwaarden van gemeente, dient de initiatiefnemer zijn formele aanvraag in. Daarbij doet hij ook verslag van zijn ingezette participatieaanpak. Daarover heeft de gemeente hem al in de vooroverlegfase geadviseerd.

Vergunning verlenen

De gemeente verleent de vergunning binnen de termijn van 8 weken. Doordat in het vooroverleg alle domeinen reeds zijn betrokken, zijn er nog maar een gering aantal adviezen nodig. Eventuele problemen zijn al vroegtijdig in kaart gebracht, waardoor er voor de klant gedurende de formele aanvraag geen onverwachte zaken meer zijn.

Hoe ga je hiermee aan de slag?

Hoe ga je hiermee aan de slag?

Breng als gemeente de werkprocessen in kaart. Voor de ontwerpformule richt je een proces in met de omgevingstafel waarin alle deskundigheid vanaf de start van het proces is betrokken. Door te oefenen met werkprocessen, gedetailleerde procesbeschrijvingen te maken en werkafspraken vast te leggen zorg je ervoor dat processen geborgd worden in de organisatie. Vanuit het één casemanager-gedachte schept de gemeente een heldere contactpersoon voor het gehele vergunningsproces. Deze casemanager borgt de duur van het proces, en de integraliteit daarvan.

Sluiten

Wat kunnen wij voor u betekenen?

NCOD ondersteunt overheden bij de implementatie van de Serviceformules. Door middel van een praktijkgericht pilotspel brengen wij werkprocessen in de praktijk en verbinden we medewerkers uit verschillende organisatieonderdelen. Het resultaat zijn Omgevingswet-proof werkprocessen die aansluiten bij de werkwijze van uw gemeente. Door de focus op de klant sluiten deze processen goed aan bij de verbeterdoelen van de Omgevingswet.

Klik hier voor meer informatie Kunnen wij iets voor u betekenen?

Kunnen we iets voor u betekenen?

Neem contact op met: Sander bijvank
(sanderbijvank@ncod.nl of bel: 06 16 36 93 84)

Sluiten
Vorige Stap Volgende Stap